Van stuiterende bal tot Onbewogen Beweger

Gepubliceerd op 29 december 2025 om 12:15

Over het ontstaan van het heelal, grenzen van kennis en de oneindige gang

Einde van het jaar

Het einde van het jaar is een arbitrair moment. Er verandert niets aan de wereld zelf. En toch voelt het anders, alsof er iets wordt afgesloten. Werk ligt grotendeels stil. Dagen zijn leger. Er is tijd om te lezen, om bij een gedachte te blijven zonder meteen verder te hoeven.

In deze dagen zit ik Oorsprong van Dan Brown te lezen. Ik ben nog bezig, dus geen spoilers alsjeblieft 😉. Wat me tot nu toe bijblijft is één metafoor. Die vind ik mooi. Die zet me even aan het denken.

 

De metafoor van een gang.

 

Je staat in een lange, eindeloze gang. Achter je hoor je een balletje stuiteren. Het geluid komt dichterbij, het balletje passeert je, en verdwijnt al stuiterend voor je uit. Je ziet het nauwelijks. Misschien helemaal niet.

Je weet niet:

  • Waar het vandaan komt
  • Waarom het begon te stuiteren
  • Waar het uiteindelijk heen gaat

 

Het enige wat je kunt doen, is luisteren. Het stuiteren volgen. De richting bepalen.

Dat beeld bleef hangen. Omdat het iets raakt dat dieper ligt dan het boek zelf. Omdat het opvallend goed past bij hoe wij naar het heelal kijken.

Het mysterie van het begin

De metafoor van de lange gang met het stuiterende balletje staat symbool voor de begrenzing van onze kennis over het begin van alles. Wij horen de echo van de oerknal in de vorm van kosmische achtergrondstraling en zien het universum uitdijen, maar we hebben geen zicht op het moment waarop het begon.

Net zoals we in de gang niet weten waarom of waardoor het balletje begon te stuiteren, weten we in de kosmologie niet waarom het universum ontstond of wat daaraan voorafging. We kunnen met onze theorieën het ontstaan van ruimte en tijd terugvolgen tot vlak na het begin, maar op het exacte moment t = 0 verliezen we ons houvast.

Alles vóór dat punt is als het stuk gang achter onze rug. We horen er misschien iets van, maar we kunnen het niet waarnemen.

We staan hier op de grens tussen kennen en niet-weten.

Wetenschap: wat we zien na het begin

De moderne kosmologie heeft veel blootgelegd over wat er gebeurde na het begin. We weten dat het heelal ongeveer 13,8 miljard jaar oud is. In het oerknalmodel ontstaan ruimte en tijd zelf op dat moment. Kort daarna volgt een periode van extreme expansie. En ongeveer 380.000 jaar later wordt het heelal doorzichtig en ontstaat de kosmische achtergrondstraling die we vandaag nog meten.

Vanaf dat moment begint materie samen te klonteren tot sterren, sterrenstelsels en structuren op kosmische schaal.

Maar het begin zelf blijft buiten beeld.

Onze natuurwetten werken zolang ruimte en tijd bestaan. Ze beschrijven processen, geen absolute oorsprong. Zodra we proberen door die grens heen te kijken, verliezen begrippen als “ervoor” en “daarna” hun betekenis.

Stephen Hawking verwoordde dat ooit scherp: vragen naar tijd vóór het ontstaan van het heelal is als vragen wat er ten noorden van de Noordpool ligt. Dat bestaat niet. Op dat punt houdt het begrip richting op, net zoals het begrip tijd ophoudt bij het begin.

Filosofie en metafysica: het begin buiten de keten

Dat probleem is niet nieuw. De natuurfilosofen van de oudheid liepen hier al tegenaan. Ook zij zagen dat een oneindige keten van oorzaken geen verklaring is.

Aristoteles formuleerde daarom de Onbewogen Beweger. Niet als eerste gebeurtenis in de tijd, maar als logisch fundament. Iets dat beweging mogelijk maakt zonder zelf bewogen te worden. Geen beginpunt, maar een voorwaarde.

Monotheïstische religies doen iets vergelijkbaars. Ook zij plaatsen het begin buiten de tijd. God is geen eerste moment, maar schepper van tijd en ruimte zelf. De vraag naar een “ervoor” verdwijnt niet omdat zij beantwoord is, maar omdat zij haar betekenis verliest.

Oosterse tradities kiezen een andere route. Daar wordt het universum vaak gedacht als cyclisch. Geen absoluut begin, maar een voortdurende afwisseling van ontstaan en vergaan.

Opvallend genoeg zie je in de moderne kosmologie iets soortgelijks terugkeren. Theoretische modellen met cyclische universa of multiversa proberen het begin niet vast te pinnen, maar te omzeilen. Het balletje stuitert niet één keer, maar altijd al.

De woorden verschillen. De kaders verschillen. Maar de beweging is dezelfde. Het begin wordt buiten de keten geplaatst, of de keten wordt oneindig gemaakt. Niet omdat we het begin begrijpen, maar omdat we erkennen dat het zich aan begrip onttrekt.

Waarom dit mij raakt

Dat dit mij nu triggert, is geen toeval. Ik ben doelgericht. Ik geloof in richting, in besluiten, in het behalen van resultaten. Een finishlijn helpt mij denken. Het geeft houvast.

Juist daarom schuurt de metafoor van die gang.

Een gang zonder zichtbaar einde voelt ongemakkelijk.

En daarom blijft hij denk ik hangen.

Misschien ook omdat ik in mijn werk steeds vaker zie dat de belangrijkste bewegingen zich niet laten vangen in een duidelijk eindpunt. Ik adviseer bedrijven over hoe zij hun dienstverlening aan klanten beter kunnen inrichten. Dat doe ik met analyses en concrete adviezen, vaak met een duidelijke richting.

Maar opvallend vaak worden die adviezen niet gebruikt om iets direct af te maken.

Ze worden gebruikt om iets in gang te zetten.

Om ideeën te scherpen.

Om anders te kijken.

Dat frustreert me soms. Ik zie graag dat er iets verandert. Dat er een besluit valt. Dat iets wordt afgerond. Tegelijkertijd herken ik hierin iets van die gang.

Beweging zonder duidelijk beginpunt.

Richting zonder zichtbare finishlijn.

Niet omdat er geen doelen zijn, maar omdat echte verandering zich vaak afspeelt vóórdat die doelen bereikt worden. In hoe mensen kijken. In hoe ze spreken. In wat ze ineens niet meer vanzelfsprekend vinden.

De gang in het klein

Als ik daarna kijk naar wat er in organisaties gebeurt, zie ik een kleinere versie van diezelfde gang.

Ook hier stuiteren balletjes. Klanten die terugkomen. Vragen die zich herhalen. Frictie die steeds op dezelfde plekken ontstaat. En ook hier is de reflex vaak om in te grijpen in het verloop, niet in de gang.

Steeds vaker gebeurt dat met technologie. Met AI. Om het geluid zachter te maken. Om het balletje sneller te laten verdwijnen. Om kosten te drukken.

Wat veel minder gebeurt, is stilstaan bij de vorm van de gang zelf. Waarom stuitert het hier? Waarom deze richting? Welke keuzes, aannames en structuren veroorzaken dit gedrag?

Het verschil met de kosmische gang is belangrijk. Hier kunnen we het begin vaak wél overzien. We hebben zicht op de richting. We kennen missie en visie. Als we het zouden willen zouden we hier die vragen kunnen beantwoorden.

In de adviezen die ik schrijf, probeer ik die gang zichtbaar te maken. Niet om haar volledig te beheersen, maar om te begrijpen waar invloed werkelijk zit en waar we vooral dempen wat we niet willen aankijken.

Misschien is dat de parallel die mij nu zo bezighoudt. Niet omdat alles hetzelfde is, maar omdat het laat zien hoe snel we, op elke schaal, liever sturen dan begrijpen.

En hoe verleidelijk het is om te doen alsof richting maakbaar is, zolang het balletje maar sneller uit beeld verdwijnt.

 

-- dit bericht is eerder gepubliceerd op LinkedIn