Ik vind jouw AI niet zo goed als de mijne

Gepubliceerd op 15 april 2026 om 14:22

Ja hoor, voor het eerst net echt gezegd in een gesprek: "Ik vind jouw AI niet zo goed als de mijne."

Sander en ik werken samen aan een opdracht. Mijn AI-assistent is aan het werk – bestanden doorzoeken, samenvatten, resultaten terugbrengen. Dat duurt naar Sanders zin wat te lang. Hij is ongeduldig. En dan de conclusie, hardop: zijn AI doet het beter dan de mijne.

Ik begrijp het oordeel. Sander werkt thuis ook met AI, heeft daar zijn eigen assistent op ingericht, weet wat hij kan verwachten en hoe hij het moet aansturen. Dat is een andere ervaring dan wat hij hier aantreft – een werkomgeving met andere tooling, andere configuratie, andere instructies. Het voelt minder. Dus het ís minder, in zijn beleving.

Maar wat vergelijkt hij precies? Dat vraagt om wat verdieping.


Drie lagen

Een AI-assistent is niet één ding. Wie er regelmatig mee werkt, bouwt een ervaring op die uit drie lagen bestaat.

De eerste is het model – welke tool, welke LLM, wat je gewend bent. Dit is de laag die je ziet, en dus de laag waarop je oordeelt. Begrijpelijk, maar het is ook de laag waar je binnen een werkcontext het minste invloed op hebt.

De tweede is de context – welke bronnen de assistent mag gebruiken, hoe hij is ingebed in de werkomgeving, welke grenzen er gelden. Dit bepaalt grotendeels wat de assistent wél en niet kan, en verschilt sterk tussen een persoonlijke en een professionele omgeving.

De derde is personalisering – de instructies die erachter zitten, de prompts die je zelf inbrengt, de smaak die je er door gebruik in hebt geslepen. Dit is de laag die het meest maakbaar is, maar ook de laag die tijd kost. Een persoonlijke assistent heeft die tijd al lang gekregen. Een werk-tool nog niet.

Sander vergelijkt op laag één. Maar laag twee en drie zijn bij zijn eigen assistent volledig anders dan bij wat hij hier aantreft. Hij vergelijkt niet twee assistenten. Hij vergelijkt een vertrouwde, op zijn smaak geslepen persoonlijke omgeving met een configuratie die hij nog niet kent – en waarvan hij bovendien niet weet of die van mij is, van de organisatie, of van de tool zelf.


De crux

Het oordeel is helder en begrijpelijk, maar het heeft een blinde vlek – het zegt iets over de ervaring, maar niets over de oorzaak. En zonder te weten in welke laag het probleem zit, weet je ook niet wát je eraan kunt doen – of óf je er iets aan kunt doen.

Soms ligt het bij Sander of bij mij – andere prompts, andere verwachtingen, andere aanpak. Dat is coachable. Soms ligt het bij de organisatie – betere bronnen, betere inbedding, betere data in de gedeelde omgeving. Dat is adresseerbaar, maar vraagt tijd en investering die veelal ook buiten onze invloedssfeer ligt. En soms is het gewoon de beperking van de tool. This is it. Accepteer het maar.

Het ongemakkelijke is dat je van buiten niet kunt zien welke het is. De tool voelt persoonlijk, het oordeel is persoonlijk – maar de oorzaak en de oplossing zijn dat vaak niet. En de reflex die dan ontstaat – teruggrijpen naar wat vertrouwd is, je eigen assistent, buiten de werkcontext – omzeilt de vraag in plaats van hem te beantwoorden.

Sander heeft gewoon gelijk. Vanuit zijn referentiekader klopt de uitspraak volledig. Alleen weten we allebei niet precies waarover. De enige manier om daar achter te komen is bewust onderzoeken waar het zit – is het de tool, de context, of de persoonlijke inrichting?

-- dit bericht is eerder gepubliceerd op LinkedIn